Lifestyle Golf

GOLF UITRUSTINGEN

De voornaamste uitrusting voor het golfspel bestaat uit:
golfballen
Men mag zijn bal niet vervangen tijdens het spel. Maar als een golfbal verloren raakt tijdens de hole, in het water bijvoorbeeld, dan mag de speler, afhankelijk wat de regels zeggen, een nieuwe bal droppen. Meestal gaat dit gepaard met een of twee strafslagen.
Een golfbal is een bal waarmee het golfspel wordt beoefend.
Volgens de regels mag een golfbal niet meer dan 45,93 gram wegen. De maximale diameter is 42,67 mm.
De aerodynamica van een golfbal is erg interessant: het oppervlak van de bal is voorzien van vele ronde, ondiepe putjes (dimples) die, geheel tegen het gevoel in, de luchtweerstand significant verlagen. Hierdoor is het mogelijk om met een golfclub de bal meer dan 330 meter te slaan.
Geschiedenis van de golfbal
Tot het begin van de 17e eeuw gebruikte men houten ballen. De uitvinding van de featherie, een geverfde bal van leer, gevuld met ganzenveren, zorgde dat dit type bal bijna twee eeuwen lang de standaard bleef. Robert Adam Paterson vond in 1848 golfballen van guttapercha (gutties) uit, welke goedkoper waren en bovendien een aerodynamischer oppervlak hadden.
In de 20e eeuw ontstonden er ballen met meerdere lagen, waardoor fabrikanten de eigenschappen van hun bal nog nauwkeuriger konden bepalen. De huidige generatie ballen bevat vaak een kern van titanium met daaromheen één of meerdere lagen synthetisch materiaal. Om de kern zit polybutadieen vermengd met andere stoffen. De buitenkant van de bal is gemaakt van polyurethaan met daaroverheen een aerodynamische verflaag. Het oppervlak van de bal is voorzien van 500 ronde, ondiepe putjes (de zogeheten dimples). De spin van de bal zorgt voor stabiliteit, waardoor deze een nauwkeuriger baan volgt. Dat kan verklaard worden met de wet van behoud van impulsmoment, het zgn. gyroscopisch effect. De dimples zorgen samen met de spin voor het zgn. Magnus effect, dat gebruikt kan worden om de bal verder te laten vliegen of om hem juist te laten "duiken".

Tee
Een tee is ook een houten of plastic pinnetje waar de bal op gelegd wordt om hem daar vervolgens af te slaan. Bij golf wordt een tee normaal gesproken gebruikt voor de eerste slag van elke hole. Het opteën van de bal is gewoonlijk alleen toegestaan bij de eerste slag van elke hole. Echter, lokale of seizoensgebonden regels kunnen hier soms een uitzondering op geven. Het op de tee plaatsen van de bal geeft een aanzienlijk voordeel op het afslaan van de bal.
Een standaard tee is 2,125" (twee éénachtste inch of 5,3975 cm) lang, maar langere en kortere tees zijn toegestaan en hebben bij sommige spelers de voorkeur.
Bij het golf is de tee (ook wel tee-box genoemd) de plaats vanwaaraf de afslag gedaan wordt.
De afslagplaats is naar niveau ingedeeld. Omdat de moeilijkheidsgraad voor de professionals hoger is dan die voor de amateurs worden zij geacht makkelijker over hindernissen te kunnen slaan of beter tussen de hindernissen in kunnen plaatsen. Het gaat niet om wie het verst slaat. De afslagmarkering voor de heren professionals is wit van kleur, dames-professionals hebben een zwart gekleurde afslagmarkering. De heren-amateurs hebben een gele markering en de dames-amateurs een rode markering . Voor beginners is er af en toe een rabbitafslagplaats met een oranje kleur.
De indeling van een afslag is afhankelijk van de indeling van de baan. Normaal gesproken zullen de heren-professionals het eerst afslaan daar hun afslag het verst van de hole afligt. Daarna de heren-amateurs gevolgd door de dames-professionals en de dames amateurs.
Het kan bij uitzondering voorkomen dat de dames eerst afslaan als er bij hun bijvoorbeeld sprake is van een par 5 en de heren een par 4 spelen.
De plaats waarvan mag worden geslagen van de tee wordt aangegeven door gekleurde markers. De bal mag geslagen worden vanuit de rechthoek die aan de voorzijde wordt gevormd door een rechte lijn tussen de twee markers en aan de achterzijde door een evenwijdige lijn. Deze achterste lijn ligt twee stok-lengten naar achteren.

Marker
een marker. Alleen wanneer de bal op de green ligt mag deze worden opgepakt en schoongemaakt. Dan dient een marker te worden gebruikt, die eerst vlak achter de bal wordt geplaatst in de lijn van de hole. De marker is een klein plastic/ijzer rondje, er wordt ook wel eens een munt gebruikt. Om zo de bal te markeren en weer op dezelfde plek terug te leggen.
Pitch Fork
een Pitch fork, dit is een kleine 'vork' om de kuiltjes op de green te herstellen. Als een bal landt op de green, laat deze een afdruk achter, omdat de bal met een tegengestelde draai op een oppervlak land, graaft deze zich in. Alle omstandigheden moeten gelijk blijven voor elke speler en daarom moeten deze beschadigingen hersteld worden.

Golfclubs
Er bestaat een uitgebreid gamma van clubs geschikt voor het slaan van verschillende lengte's en omstandigheden op de golfbaan:
Driver:
De langste club met de minste hellingshoek ("loft") ("wood 1") om de bal zo ver mogelijk mee te kunnen slaan vanaf de tee;
3- of 4-wood:
Oorspronkelijk net als de driver met een houten clubkop, tegenwoordig uit metaal zoals titanium)met een schuiner raakvlak dan dat van de driver, zodat de bal een hogere baan beschrijft en minder ver gaat.
Hybride:
Vervangen de lange (van ijzer 1 tot 3) ijzers en de woods 5-7-9. Het voordeel bij deze clubs is dat ze de precisie van ijzers hebben en de afstand van een wood geven.
Ijzers:
De verschillende "ijzers" hebben een nummer van 1 tot 11 (de 10 en 11 worden ook wel PW en SW genoemd) dat aangeeft hoeveel loft, oftewel hoe schuin, het raakvlak van de club is; hoe hoger het nummer, hoe schuiner het clubvlak en hoe hoger (en minder ver) de bal zal vliegen. Bij een 3 iron (ijzer 3) vormt het clubvlak een hoek van 21° met de verticale; bij een 9 iron is de hoek 44 graden. Zo kan men met dezelfde snelheid, van de golfclub, een kortere afstand afleggen, doormiddel van het nummer , dat een club heeft.
Sand iron:
Een ijzer met een zeer 'plat' vlak (56°), speciaal bedoeld voor gebruik in zand (bunker) om een vaak steile bunkerwand, of uit het zand te komen, om zo de weg naar de hole te vervolgen.
Pitching wedge:
Een club met een minder extreme hoek dan de sand iron (48 à 52°), gebruikt om de bal van nabij de green zo dicht mogelijk bij de hole te kunnen spelen.
Lob-wedge:
Een ijzer met een extreme hellingshoek tot wel 65°, speciaal voor moeilijke situaties waar een extra hoge balvlucht wordt verlangd. De wedge hebben allen een verschillende bounce, de negatieve hoek aan de onderkant van het slagvlak.
Putter:
De club gebruikt om op de green te spelen. Het raakvlak is praktisch verticaal, omdat de bal over de green gerold moet worden. Er is een grote verscheidenheid in putters.
Het golfreglement beperkt het aantal golfclubs dat men kan meenemen. Men mag maximaal 14 clubs mee nemen in de tas.
Kledij:
Het voornaamste hierbij zijn de golfschoenen, die ervoor moeten zorgen dat de speler een stabiele stand heeft bij het slaan, ook al is het gras vochtig en glad. Golfschoenen zijn daarom meestal voorzien van nopjes. Dat kunnen spikes zijn maar ook, wat op de meeste golfbanen het geval is, soft spikes, zodat de banen minder beschadigd raken. Metalen spikes zijn op de meeste banen in binnen- en buitenland zelfs verboden. Daarnaast gebruiken veel spelers een handschoen aan de verkeerde hand om een vaste grip te krijgen op de club. Voor rechtshandigen is de handschoen aan de linker hand en voor de lefty precies omgekeerd. Het is prettig om loszittende kleding te dragen, omdat je daar beter in beweegt.
Veel spelers dragen meerdere truien over elkaar als het fris weer is, in plaats van een stug jack, ook al is dat hipper. Spijkerbroeken en T- shirts ziet men niet graag op de golfbaan en er zijn banen waar je dan niet welkom bent. Een speler moet zich fijn kunnen draaien tijdens de swing.

Golfreizen met ANVR, SGR reisorganisatie Lifestyle-golf